1. Leefregels, belonen en straffen, orde en tuchtmaatregelen

Naast een reeks concrete schoolafspraken voor ouders en leerlingen, vermeld in het schoolreglement, bepaalde het team nog een reeks specifieke speelplaatsafspraken. Deze worden met de leerlingen besproken in de klas en zoveel mogelijk visueel voorgesteld aan de hand van  kindvriendelijke pictogrammen in de kleuterafdeling en aan de hand van affichering /visualisering in de lagere afdeling.

 

Beloningen, complimenten, terechtwijzingen, straffen,…hebben tot doel het geheel aan regels en afspraken te helpen naleven, structuur en duidelijkheid te bieden, kinderen te helpen in hun leerproces als mens-zijn.

 

Zie ook schoolreglement basis, hoofdstuk   ‘Orde- en tuchtmaatregelen’

 

 

 

2.    Zorg op school

2.1      Een toelichting

De klastitularissen, die instaan voor de eerstelijnszorg, nemen hier hun volle verantwoordelijkheid terwijl zij maximaal kunnen gebruikmaken van de expertise van zorgleerkrachten.

Het zorgteam waar de directeur, de zorgcoördinator, de zorgleerkrachten en het CLB deel van uitmaken bespreken de leerlingen meerdere malen per jaar. Daar waar zij het nodig achten worden de ouders in de bespreking betrokken. Dit laatste kan ook op verzoek van de ouders.

 

Zo nodig zal de school specialisten van buitenaf betrekken bij het opvolgen en helpen van een kind. Dit laatste zal alleen gebeuren na overleg en met goedkeuring van de ouders.

 

De zorguren worden besteed om alle leerlingen die op één of andere manier aandacht of opvolging nodig hebben op de verschillende domeinen van hun ontwikkeling extra te steunen, ongeacht hun ontwikkeling, intelligentie, studieniveau of leervorderingen.

Deze steun kan dus ook aangeboden worden in de vorm van leerkrachtondersteuning.

 

 

2.2    Wie zijn zorgkinderen?

Alle kinderen zijn zorgkinderen, maar sommige kinderen hebben nood aan bijkomende zorg ten gevolge van een merkbare leervoorsprong, toevallige omstandigheden of lichte leermoeilijkheden die een zekere achterstand veroorzaken.

a) Potentieel normaal begaafde kinderen: kinderen waarbij op grond van een volledig psycho-medisch-sociaal onderzoek een normale verstandelijke aanleg wordt vastgesteld.

b) Toevallige omstandigheden: een langdurige ziekte, familiale of sociale omstandigheden, verhuizing tijdens het schooljaar, enz.

c) Lichte leermoeilijkheden: geen echte leerstoornissen maar remmingen bij het leerproces, inzonderheid bij lezen, schrijven en rekenen als gevolg van lichte sensoriële defecten, lichte neurologische disfuncties, lichte psychomotorische, lichte psychefunctionele en lichte taalmoeilijkheden.

d) Een zekere achterstand: betekent een achterstand die groter is dan enkele lessen. Die achterstand kan zich toespitsen op één leerstofonderdeel of op de gehele leerstof. In de lagere school wordt vooral het kunnen beoogd en een intense bijwerking is noodzakelijk zodra een relatief ernstige achterstand van het kunnen (lezen, rekenen, schrijven...) is vastgesteld.

e) (Lichte) leervoorsprong: Kinderen die extra uitdagingen nodig hebben, voor het goed functioneren in de klas.

 

 

2.3    Een remediëring door de zorgleerkracht is dus niet bedoeld voor:

-kinderen met ernstige leerstoornissen, matige of ernstige handicaps; deze kinderen horen thuis in het buitengewoon onderwijs of krijgen extra aangepaste steun via een Gon-plan door de Gon-leerkracht.

-schoolonrijpe kinderen: het fenomeen kan wel worden vastgesteld en opgevolgd door de leraar. De beslissing tot begeleiden wordt genomen na overleg binnen het MDT.

- kinderen die door het multidisciplinair team geadviseerd werden een leerjaar te dubbelen en waarvan de ouders dit advies niet opvolgden.

Het remediërend optreden van de zorgleraar begint zo vroeg mogelijk, zodra de achterstand of de problemen worden vastgesteld. Alle klassen van de kleuter- en lagere school zijn gekoppeld aan een zorgleerkracht.  De coördinatie van alle initiatieven rond zorg ligt bij onze zorgcoördinator, Chris Grumiau.                             De eindverantwoordelijkheid voor zorg op school blijft bij de directie. Hij volgt vooral nieuwe en bijzondere dossiers op.

 

 

2.4    Multi-disciplinair overleg   (MDO) door het Multi-disciplinair team (MDT)

Op regelmatige tijdstippen bespreken we onze kinderen, vaak in aanwezigheid van een CLB-medewerker. Daar komen, indien blijkt dat dit nodig is, nog gesprekken met ouders bovenop. Deze bespreking kan het oudercontact vervangen. Een multi-disciplinair overleg bestaat uit die mensen die nauw betrokken zijn bij de opvoeding, vorming en scholing van het betreffende kind. De klastitularis wordt dan eventueel en afhankelijk van het probleem bijgestaan door de directeur, zorgcoördinator, zorgleerkracht, CLB-medewerker en/of eventueel externe hulpverleners.

Indien u uitgenodigd wordt voor een MDO, verzoeken we nadrukkelijk alles in het werk te willen stellen om aanwezig te kunnen zijn, aangezien het niet eenvoudig is om alle betrokkenen rond de tafel te krijgen. We willen, in het belang van het kind, zo min mogelijk tijd verspillen.

 

 

2.5    Adviezen en beslissingen

Een multidisciplinair team kan, na rijp beraad, een advies of een beslissing formuleren op het einde van een schooljaar. Deze worden enkel in het belang van het kind genomen. Bij een advies kunnen de ouders tekenen voor akkoord of enkel voor kennisname. Een beslissing daarentegen moet opgevolgd worden, maar deze wordt eerder zeldzaam genomen.   Bij een schooloverstap naar onze school wordt een advies of beslissing van de vorige school altijd gevolgd. De ouders blijven het beslissingsrecht hebben bij overstap G4 naar L1 en van L6 naar het secundair onderwijs. Bij alle andere overgangen geven we advies en beslissen we zelf uitzonderlijk.

Zie schoolreglement basis

 

 

2.6  Overgangen afdeling

We besteden heel wat zorg aan al onze kinderen. Alle kinderen die van kleuter naar lager, en van lager naar secundair overstappen, worden degelijk voorbereid door de leerkrachten en besproken met het CLB.

 

2.6.1  Overgang kleuter - lager

Op niveau van de leerling

Door middel van klaseigen observaties, aangevuld met de Toetertest (evt. Kontrabas) om de schoolrijpheid van de kleuters te evalueren, bepalen we het niveau van de kleuters. Samen met het CLB organiseren we een MDO (= overleg met meerdere professioneel betrokkenen) voor alle kleuters. Voor de kleuters waarrond we ons zorgen maken organiseren we later op het schooljaar een extra MDO.  

Alle kleuters worden ook nog besproken met de leerkracht van het eerste leerjaar aan de hand van het leerlingvolgsysteem, bij aanvang van het eerste leerjaar.

 

Op niveau van de klas

We bereiden de kinderen grondig voor op diverse wijzen :

- Het integratieproject (ridders en kastelen – piraten)  G4 – L1 : projectweek met klasdoorbrekende groepen en klasoverschrijdende activiteiten, uitstap naar Het Gravensteen of het Pirateneiland.

- Het uitwisselingsproject G4 – L1: de kleuters wonen een taal-, reken-, en schrijfles bij in de klassen van het eerste leerjaar. De kinderen L1  krijgen op dat moment een kiesuur in de hoeken, in de klassen van G4.

- Introductie en uitwerking van het boek ‘Een geheim in een doos’ van onze ped. begeleidingsdienst OVSG.

- Afspraken en verticale doorstroom i.v.m. kalenders, keuzebord, schrijfmotoriek, … zodat de kleuters reeds vertrouwd raken met methoden en afspraken binnen de school, en zodat de aanpak doorstroomt in L1.

 

Op niveau van de school

De kleuters van groep 4 spelen op vastgelegde tijdstippen op de speelplaats van L1-2-3. De kleuters wennen reeds aan de nieuwe speelplaats en leren de leerkrachten van L1-2-3 beter en anders kennen.

 

 

2.6.2  Overgang lager – secundair

Deze overgang van het zesde leerjaar naar het secundair onderwijs wordt op onze school intensief begeleid. We stimuleren de leerlingen en de ouders om een weloverwogen keuze te maken.

 

Op niveau van de leerling

Vooreerst werken we met een stappenplan. Het CLB maakte daarvoor een methode ‘Op stap naar de 1ste graad SO’. In die methode ontdekken de leerlingen hun interesses, hun sterke en minder sterke kanten, de verschillende studierichtingen, enzovoort.  Op het einde van het stappenplan verankeren de leerlingen hun keuze.

 

Op niveau van de ouders

In de loop van het tweede semester organiseren we samen met het CLB een infoavond voor de ouders. Daar krijgen ze meer informatie over de eerste graad van het secundair onderwijs, de verschillende onderwijsvormen,…

Op school zelf hebben de ouders de mogelijkheid om naar een apart oudercontact in verband met de studiekeuze te komen. Daar wordt samen met de leerkracht en een medewerker van het CLB beslist welke keuze het best aanleunt bij de interesses en de capaciteiten van het kind. 

 

Op niveau van de school

In de loop van het schooljaar brengen we bezoeken aan verschillende scholen met verschillende onderwijsvormen. We plannen ook een bezoek aan het  beroepenhuis in Gent. Daar maken de leerlingen kennis met verschillende arbeidssectoren.

Het geven van een degelijk voorbereide spreekbeurt i.f.v. beroepen behoort standaard tot de opdracht van het zesde leerjaar.

 

 

 

2.7   Eindproef  basisschool

Op het einde van het zesde leerjaar nemen alle leerlingen deel aan de OVSG-proef.     Deze test polst naar alle opgedane kennis en de verworven vaardigheden, die de kinderen op het einde van de basisschool moeten beheersen, zoals vermeld in de eindtermen en vastgelegd in de OVSG-leerplannen.

Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om de door de overheid opgelegde ontwikkelingsdoelen na te streven en eindtermen te bereiken. Door jaarlijks de schoolresultaten te analyseren, gaan we na of we de dingen goed doen. Dit is een onderdeel van onze interne schoolanalyse en kwaliteitscontrole. Met deze toets willen we ons als school tegelijkertijd ook vergelijken met andere scholen.

De toets is methode-onafhankelijk en is gebaseerd op de leerplannen van OVSG, het Onderwijssecretariaat van de Vlaamse Steden en Gemeenten. Hij wordt simultaan afgenomen in honderden Vlaamse scholen.                     De OVSG-toets is geen alleenstaande norm voor het al dan niet toekennen van het getuigschrift basisonderwijs. Het is één element in de globale beoordeling van de leerling op het einde van de basisschool in functie van de oriëntering naar het secundair onderwijs.

Zie schoolreglement ‘Getuigschrift basisonderwijs’

 

 

 

2.8    Onderzoek welbevinden en klassociogram

De zorgleerkrachten volgen eveneens het gedrag en het welbevinden van onze leerlingen op, en dat voor die kinderen waar ze verantwoordelijk voor zijn. Tweemaal per schooljaar peilen we naar het welbevinden van onze kinderen. We willen weten hoe het kind zich voelt thuis, op school en in de klas.  De ouders en het CLB kunnen gecontacteerd worden als we merken dat er een grondig probleem aan het daglicht komt. Hier wordt bijzonder discreet mee omgegaan. De klastitularis, de zorgleerkracht, de directeur en de zorgcoördinator zijn van deze informatie op de hoogte. Op het oudercontact kan u naar de resultaten van uw kind vragen. 

Tevens onderzoeken we hoe onze kinderen zich positioneren binnen de klasgroep. Heeft hij/zij vrienden of net niet?  Welke kinderen zijn dat dan?  Hoe zien de andere kinderen hem/haar?  Hier wordt bijzonder discreet mee omgegaan. De klastitularis, de zorgleerkracht, de directeur en de zorgcoördinator zijn van deze informatie op de hoogte. Op het oudercontact kan u naar de resultaten van uw kind vragen.

 

 

 

2.9      Charters voor kinderen met leer –en/of ontwikkelingsstoornissen

We ontwikkelden charters voor kinderen met leer- en/of ontwikkelingsstoornissen. Een charter legt vast welke inspanningen de school wil nemen ten behoeve van het kind, en ook waar de grenzen liggen. We willen heel wat voor deze zorgkinderen doen, maar binnen onze mogelijkheden en beperkingen. Deze charter wordt op maat van het kind opgemaakt, in samenspraak met de ouders, en dat voor kinderen met een specifieke diagnose zoals dyslexie, dyscalculie, dyspraxie, dysorthografie, enz…

Vraag ernaar bij uw klastitularis indien uw kind een diagnose kreeg. Signaleer dit tevens zo gauw mogelijk aan de zorgcoördinator.

 

 

 

 

 


 

3.    Pestgedrag vermijden en bestrijden

Op school hebben we een pestactieplan, dat in een mum van tijd in werking kan treden. Wij hanteren deze aanpak op school:

 

3.1 Pesten voorkomen

We leren de kinderen het verschil tussen ruzie, plagen en pesten.   Ook de ouders moeten zich hiervan bewust zijn. Kinderen leren, ontdekken, zoeken waar hun grenzen liggen, en overschrijden al lerende grenzen. We bespreken het gedrag en de gevolgen ervan.

 

Binnen de school zullen we voornamelijk preventief tewerk gaan, en indien nodig snel optreden. Een algemene sfeer van openheid, gemoedelijkheid en verdraagzaamheid creëren  met respect voor verschillen en talenten is de hoofddoelstelling. Dat doen we door tal van schoolse activiteiten waaraan iedereen meewerkt, georganiseerd door de diverse werkgroepen en onder impuls van alle leerkrachten op klasniveau.

 

Klasgroepen worden zodanig samengesteld dat we alle kinderen jaarlijks een nieuwe kans geven, en de positieve leidersfiguren in de klasgroepen een voor hen onbewuste cruciale rol toebedeeld krijgen. Zij bepalen in aanzienlijke mate de klassfeer die heerst mee, en kunnen zo meehelpen de eventueel negatieve spiraal te doorbreken. De school beschikt over heel wat materiaal om preventief en remediërend te kunnen anticiperen.

Zie ook ‘Samenstellen van de klasgroepen’

 

3.2 Wat doen we als er toch pestgedrag is?

Kinderen moeten in hun ontwikkeling een bepaald niveau hebben bereikt, om te kunnen pesten. Pesten is namelijk een systematisch, doelbewuste manier om iemand te kwetsen. Kleuters kunnen niet pesten.

Per geval zal worden bekeken hoe wordt ingegrepen. Feit is wel dat we onmiddellijk reageren volgens stappen waaraan de klastitularis, de zorgleerkracht, de directeur en indien nodig het CLB meewerken.

Als pesten eerder thuis  of in de privésfeer gebeurt, bv. bij cyberpesten via mail of sms, zullen we eveneens onze medeverantwoordelijkheid opnemen, optreden en de ouders verwittigen.

Indien nodig kan de orde- en tuchtprocedure zoals beschreven in het schoolreglement basis worden opgestart.

 

 

 

4.    Revalidatie en therapie tijdens de lesuren

4.1  Revalidatie

Revalidatietussenkomsten tijdens de lesuren kunnen enkel schriftelijk worden aangevraagd door de ouders (of de voogd) van de leerling bij de directeur. Deze aanvraag moet vergezeld zijn van een verslag opgesteld door een geneesheer, een erkend revalidatiecentrum, een C.L.B.-centrum of een dienst voor geestelijke gezondheidszorg. De revalidatiecentra stellen de formulieren ter beschikking van de ouders. De klassenraad bestaande uit de directeur, de groepsleraar, de zorgleraar en de vertegenwoordiger van het C.L.B.-centrum geven advies over deze aanvraag.

De revalidatietussenkomsten mogen niet meer dan twee lestijden van 50 minuten per week bedragen. De verplaatsingsduur tijdens de lesuren mag in geen geval meer dan 30 minuten per dag zijn.

 

4.2  Therapie op school

Privé-logopedie op school is bij wet verboden tijdens de lestijden. 

Zie ook schoolreglement basis

 

4.3  Documenten voor externe diensten

Op gezette tijden vragen ouders of externe diensten ons om vragenlijsten in te vullen, bijvoorbeeld voor CLB, revalidatiecentra, therapiecentra, CBO, privé therapeuten. Wij werken hier graag aan mee. Om de objectiviteit van de gegevens te garanderen sturen wij zelf de ingevulde vragenlijsten rechtstreeks door aan de betrokken dienst.

 

 

 

 

5.    Huistaken

5.1   Wat is huiswerk?

Alle vormen van taken, door de school opgelegd of voorgesteld, die bedoeld zijn om thuis uit te voeren.

Voorbeelden: geschreven taken, lessen leren, opzoeken en verwerken van informatie, afgeven van mededelingen, tonen van werk, …

 

 

5.2   Waarom huiswerk?

Hoofddoel

Huiswerk is een hulpmiddel bij het leren leren: plannen, zelfstandig leren werken, opnemen van verantwoordelijkheid tegenover het eigen leren.

Nevendoelen

-          Inoefenen en herhalen

-          Middel, naast andere, om de ouders op de hoogte te houden van wat het kind op school doet.

-          Soms is het mogelijk om kinderen bij te werken via huiswerk. In dergelijke gevallen zal de school vooraf afspraken maken met de ouders.

-          Soms kan uw kind de hoeveelheid huiswerk niet (meer) aan. Spreek de klastitularis hierover aan. Samen vinden we beslist een oplossing.

 

 

5.3   Visie van de school.

-          De school kiest met zorg de huiswerken en ze geeft er naderhand ook aandacht aan.

-          De school tracht de taken tijdig mee te geven. Op die wijze leert de leerling ook plannen.

-          De agenda is een belangrijk middel om het werk te leren plannen. Wij vragen de ouders wekelijks de agenda te ondertekenen en liefst dagelijks te bekijken en de kinderen te helpen bij het plannen.

-          De school houdt rekening met kinderen die omwille van bezoekregelingen of co-ouderschap, moeilijkheden ondervinden om huistaken te maken. Wij verwachten dan wel dat de ouders dit schriftelijk meedelen.

 

-          Huiswerken krijgen geen beoordeling in punten. De wijze waarop een leerling omgaat met huiswerk krijgt wel een beoordeling op het rapport.

-          Het niet maken van huiswerk geeft in de regel nooit aanleiding tot straf. Er zal minstens vooraf contact opgenomen worden met de ouders. Vanaf het vierde leerjaar kan de leerkracht evenwel een passende sanctie geven wanneer de leerling herhaalde malen niet in orde is met lessen of huistaken.

 

 

5.4   En wat als het misgaat?

Als een leerling zijn huistaken herhaaldelijk niet of onvolledig maakt, zal de titularis contact opnemen met de ouders. Maar ook omgekeerd, als je merkt dat je kind zijn/haar huiswerk niet aankan, of er te lang aan moet werken, meld dit dan zo gauw mogelijk aan de klastitularis. Er zullen dan onderling afspraken gemaakt worden.

Indien nodig, zal de school in overleg met het gezin een plan voor huiswerkbegeleiding opmaken.

 

 

 

5.5  Schoolwerkplanafspraken rond huiswerk

We maakten met het team enkele afspraken, die vastgelegd werden in het schoolwerkplan:

-        geen huiswerk voor een vakantie

-        geen opdrachten zoals ‘prenten zoeken’, omdat dit de ouders nodeloos op kosten kan jagen, en omdat niet elk kind daarvoor thuis terecht kan

-        geen nieuwe leerstof, enkel herhalingen en inoefeningen

-        geen huiswerk op woensdagnamiddag (behalve lezen) voor L1-2-3

-        mogelijkheid tot huiswerk op woensdagnamiddag voor L4-5-6

-        geschatte gemiddelde tijdsduur zoveel mogelijk inschatten en respecteren  (zie 7.5.6)

 

 

5.6  Geschatte tijdsduur voor huiswerk

Als je merkt dat je kind beduidend langer aan zijn/haar huiswerk zit dan hier aangegeven, dan geef je best een signaal aan de leerkracht. Gebeurde dit eerder uitzonderlijk, dan werd wellicht wat teveel huiswerk opgegeven, maar als je kind dit regelmatig ervaart, dan is dat een teken dat er een probleem is. Samen zoeken we dan naar een oplossing op maat van uw kind. Ook deze afspraken werden vastgelegd in het schoolwerkplan.

 

KLEUTERS

Geen huiswerk

 

L1

Duur van de studie (30’), uitgezonderd lezen

 

 

L2

Duur van de studie (30’), uitgezonderd lezen

Lessen leren (15’) : versje, dictee, tafels,…

 

 

L3

Duur van de studie (30’) + 15’ voor kinderen die langzamer werken

Lessen leren (15’) : versje, dictee, tafels, WO, …

 

 

 

L4

Duur van de studie (30’) + 15’

Weekcontract om te leren plannen over meerdere dagen, ook qua vrije tijd

 

L5

Duur van de studie (30’) + 30’

Nadruk ligt meer op toegenomen hoeveelheid ‘lessen leren’

Leerlingen plannen over meerdere dagen

 

L6

Duur van de studie (30’) + 30’

Nadruk ligt meer op toegenomen hoeveelheid ‘lessen leren’

Leerlingen plannen over meerdere dagen

 

 

5.6  Agenda’s, rapporteren en procedure zittenblijven

We geven in de lagere school zes rapporten per schooljaar. Het eerste rapport krijg je voor de herfstvakantie, samen met het eerste oudercontact.

Zie schoolkalender + schoolreglement basis

 

 

 

6  Op de speelplaats

6.1   Speelplaatsregels

De school beschikt over specifieke speelplaatsregels. Deze zijn door de kinderen gekend en hangen uit op de speelplaats.

 

6.2   Speelgoed op de speelplaats van de lagere school

  1. Niet–verruilbare speelgoedrages (zoals bv. diabolo’s, tollen, springkoorden, jojo’s,…) zijn toegelaten als er op een veilige manier mee wordt gespeeld.
  2. Speelgoedrages die niet passen binnen het opvoedingsproject van de school worden geweerd.
  3. Elke vorm van ruilen, kopen en verkopen is verboden.
  4. Voet- en basketballen worden niet op school binnengebracht.
  5. Speelgoed dat als gevaarlijk of onverantwoord wordt beschouwd, is niet toegelaten.

 

Noot : Kleuters brengen enkel speelgoed mee na afspraak met de leerkracht.

 

 

Stedelijke Basisschool De Droomballon - Gijselstraat 35 - 9100 Nieuwkerken-Waas - TEL. 03/778.38.90 - Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.